Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?

Voorkom hittestress bij varkens met deze tips voor zeugen en biggen

In de zomermaanden kunnen varkens te maken krijgen met hittestress. Dit zet de prestaties onder druk. Zo bestaat de kans dat zeugen minder voer opnemen waardoor melkproductie, conditie en vruchtbaarheid teruglopen. In dit artikel geven we praktische zomertips om hittestress en de negatieve gevolgen te beperken.

Tijdens het Jaar van de Big hebben we in maart de omstandigheden rondom spenen behandeld. In april staan de zomermaatregelen centraal. Het is slim om je bedrijf voor te bereiden op warme perioden en tijdig maatregelen te treffen. 

In dit artikel behandelen we de volgende onderwerpen:

 

 

Wat is hittestress en vanaf welke temperatuur treedt hittestress bij varkens op?

Hittestress bij varkens treedt op als de omgevingstemperatuur bóven de thermoneutrale zone van het varken uitkomt en het dier zijn lichaamswarmte niet (goed) kwijt kan. De productie van het dier (melkproductie, groei) daalt dan enorm. De thermoneutrale zone van een varken is begrensd door de onderste en bovenste kritische temperatuur en hangt af van diverse factoren:

Hittestress sms
  • Warmteproductie door het dier zelf (o.a. door het verteren van voer)
  • Omgevingsfactoren (zoals luchtsnelheid, relatieve vochtigheid, vloertype, stralingswarmte, aantal dieren in een groep en de hoeveelheid natte huidoppervlakte)
  • Leeftijd en gewicht van het dier
  • Genetica
  • Productiestadium

Bij een omgevingstemperatuur bóven de bovenste kritische temperatuur ervaren varkens hittestress en passen ze hun gedrag aan om meer lichaamswarmte te verliezen: hijgen, op de roostervloer of de koelere plekken in het hok liggen, contact met soortgenoten vermijden en zichzelf bevochtigen (met modder, mest of urine) om warmte via de natte huid kwijt te raken. Varkens kunnen nauwelijks zweten. Ook eten varkens minder om de warmteproductie (door energieopname via het voer) te verminderen.

Lacterende zeugen voelen zich het meest comfortabel bij een temperatuur onder de 20°C.  Dat is echter in de kraamstal vaak niet haalbaar. Bij temperaturen boven de 23°C zie je de voeropname van de kraamzeugen dalen. Voor zogende biggen ligt de bovenste kritische temperatuur op 33°C. Biggen van 25 kg ervaren hittestress als de temperatuur boven de 25°C uit komt.

Met welke klimaatmaatregelen houd je de kraamstal koel?

Sven Busschots is zeugenspecialist bij ForFarmers België. Hij geeft enkele adviezen voor de zomermaanden. “Hittestress treedt al vrij snel op bij zeugen in de kraamstal. Bij temperaturen boven de 20°C voelen zij zich al minder comfortabel en vanaf 23°C daalt de voeropname met een afnemende melkgift als gevolg. Neem daarom bij de kraamzeugen de onderstaande klimaatmaatregelen.”

Sven Busschots, zeugenspecialist bij ForFarmers

Sven
Zorg voor frisse lucht bij de kop van de zeug. Dan gaat haar gevoelstemperatuur naar beneden en blijft ze beter vreten.
1

Zorg voor een zo hoog mogelijke maximale ventilatiecapaciteit

 De capaciteit van de ventilator in de kraamstal moet zeker 250 kub per zeug zijn, dan krijg je de warmte vlotter uit de afdeling. Maak de ventilatoren en de luchtinlaat schoon en controleer de alarminstallatie.

2

Zorg voor frisse lucht bij de kop van de zeug

Met frisse lucht bij de kop gaat de gevoelstemperatuur van de zeug naar beneden. Dan kan ze beter water verdampen in de longen en blijft ze beter vreten.

3

Haal inkomende lucht zo koel mogelijk binnen

Maak de luchtinlaat bij voorkeur aan de noordzijde van het bedrijf of haal de lucht vanaf de schaduwzijde van de stal naar binnen. Creëer schaduw bij de inlaat met bomen en struiken. Nog beter: investeer in een koelsysteem voor inkomende lucht.

4

Isoleer de vloerverwarming van het biggennest

Het is belangrijk dat de vloerverwarming van het biggennest aan de onderkant geïsoleerd is. Anders stroomt de warmte via de put alsnog naar de zeug.

5

Monteer zonwering voor de ramen

Staat de zon op de ramen van de kraamstal? Plaats dan zonwering aan de buitenkant van het raam, zodat de zon niet op het glas schijnt. Fijnmazig windbreekgaas (1-1,5 mm) werkt ook prima. Houd 10 cm ruimte tussen de zonwering en het glas. Het glas wit kalken helpt ook iets, maar het glas wordt dan wel warm. Let op: De huidige lichtstraten hebben vaak HR++ glas. Dit glas laat wel warmte naar binnen, maar niet naar buiten. Dat is in de zomer nadelig.

6

Isoleer het dak

Breng minimaal 8 cm PUR aan onder het dak voor een goede isolatie. Een andere optie is om zonnepanelen op het dak te plaatsen. Dat levert in de eerste plaats zonne-energie op, maar zorgt ook voor een koeler dak.

7

Houd de luchtvochtigheid tussen de 40 – 60%. 

Als de relatieve luchtvochtigheid stijgt, gaat de gevoelstemperatuur omhoog. Warm weer met een hoge relatieve luchtvochtigheid is funest. Varkens kunnen hun warmte dan niet kwijt via verdamping in de longen.

Voermaatregelen om hittestress bij lacterende zeugen te beperken

Naast klimaatmaatregelen is het ook verstandig om in voer- en management aanpassingen te doen om hittestress zeugen en biggen in de kraamstal te beperken. Jarne Vermeire, VIDA-specialist, geeft advies en uitleg. “Uit diverse proeven blijkt dat hitte nauwelijks effect heeft op de voeropname van zogende of gespeende biggen, maar des te meer op de voeropname van lacterende zeugen. Dat wil je te allen tijde voorkomen of in ieder geval zo veel mogelijk beperken”, stelt hij. “Want een zeug die als gevolg van hitte minder eet, zal ook minder melk geven. En dat merk je wél aan het speengewicht van de biggen en de groei van die lichtere biggen na spenen.”

Jarne Vermeire, VIDA-biggenspecialist

Jarne
Een zeug die als gevolg van hitte minder eet, geeft minder melk. En dat merk je aan het speengewicht van de biggen en een lagere groei na spenen.
1

Advies 1: Schakel over naar geconcentreerder voer

Jarne: “Dekking van nutriëntbehoefte is kilogrammen opname x inhoud. Door te kiezen voor een voer met hogere concentratie aan nutriënten en energie, kan de zeug bij een lagere voeropname haar nutriëntbehoefte toch dekken. Denk er vervolgens ook aan om een hoger conditieverlies in de kraamstal als gevolg van heet weer direct begin dracht te compenseren”, adviseert de specialist. “Ook voor de biggen geldt dat een geconcentreerder voer in de zomer goed kan werken om te compenseren voor een eventueel lagere voeropname.”

2

Advies 2: Water, water, de rest komt later

“Water is altijd, maar zeker in de zomer het belangrijkste nutriënt”, stelt Jarne. “Een zeug heeft water nodig voor warmteafvoer door verdamping in de longen. Zorg daarom dat er voldoende water uit de nippel komt: in de kraamstal 2,5 liter/min tijdens het voeren, 0,8 liter/min voor de dragende zeugen en 0,6 liter/min bij gespeende biggen. Geef eventueel handmatig water bij, zeker in de drie dagen vóór en na werpen. Op brijbedrijven kan je meer vocht in zeugen en biggen krijgen door het drogestof percentage van de brij te verlagen. Water aanzuren is positief voor de smakelijkheid.”

3

Advies 3: Climasolv helpt de voederopname op niveau te houden.

“Wil je de voeropname van de zeugen stimuleren? Voeg dan ClimaSolv aan het zeugenvoer toe. ClimaSolv is een voedingssupplement en bevat een mengsel van ingrediënten die een voeropnamedaling bij hoge temperaturen tegen gaan. Verder bevat het componenten die de effecten van hittestress verminderen, in het voer en in het dier, geeft Jarne aan’’.

Klimaat instellen

Klimaat- en voermaatregelen tegen hittestress bij zogende en gespeende biggen

Gespeende biggen zullen bij opleg in de biggenafdeling niet zo gauw hittestress ervaren. Maar naar het einde van de opfokperiode toe speelt dit wel degelijk een rol. Aan welke zomermaatregelen moet je denken? Jarne geeft tips.

1. Zorg voor een zo hoog mogelijke maximale ventilatiecapaciteit 

Hou bij de biggenopfokstal een ventilatiecapaciteit aan van 25 m³/h per big. Maak de ventilatoren en de luchtinlaat schoon en controleer de alarminstallatie.

2. Houd de luchtvochtigheid tussen de 40 – 60%

Bij een luchtvochtigheid van 70-80% (wat vooral in het najaar vaker voorkomt) neemt de kans op oorbijten of staartbijten in de biggenopfok flink toe. “Warm weer met een hoge relatieve luchtvochtigheid is funest”, weet Jarne. “Varkens kunnen hun warmte dan niet kwijt via verdamping in de longen. Ze irriteren zich dan snel aan hokgenoten en dat resulteert in meer onderlinge agressie. Het zijn net mensen ;-).”

3. Voeder VIDA 1 of 2 langer door of kies voor luxere voeders

Speen je, als gevolg van een verminderde melkgift bij de zeugen, lichtere biggen dan normaal? Voer het VIDA 1 of VIDA 2 voeder dan enkele dagen langer door of kies voor een luxer speenvoeder.

4. Voeder de zogende biggen extra bij

Ondanks alle maatregelen kan het zijn dat uw zeugen tijdens warme dagen minder melk geven. “Zorg daarom dat u juist in deze periode extra aandacht heeft voor het bijvoederen van de biggen in het kraamhok”, zegt Jarne. “Dit betekent vers voeder aanbieden, onbeperkt voederen, regelmatig en in kleine porties’. Let ook goed op de voerhygiëne: maak zowel de bak van de zeug als de voederpannetjes van de biggen goed schoon. Een automatisch voersysteem voor biggen in de kraamstal biedt op dit vlak veel werkgemak."

Bespreek eventuele voedermaatregelen altijd met uw specialist. Specifieke omstandigheden kunnen immers een rol spelen om een advies wel of niet toe te passen.

Gespeende biggen

Handige managementtips voor de zomer

Tot slot hebben we ook nog een aantal managementtips voor de zomermaanden:

  • Voeder op de koelste tijdstippen en in kleine porties. Verzet de voertijden en zorg dat de zeugen al zo veel mogelijk gevoederd worden vóórdat het heet wordt in de afdeling. Geef ’s morgens heel vroeg de eerste voerbeurt en vóór 11.30 uur de tweede. Of geef de zeugen ’s morgens vroeg en ’s avonds laat te eten. Ook kleinere porties voer in meerdere voerbeurten verstrekken verhoogt de voeropname.
  • Laat zeugen en biggen zo veel mogelijk met rust op de warmste momenten. Voer controles en behandelingen het liefst op de koelste tijden uit: vroeg in de ochtend of in de vroege avond. Laat overdag de dieren met rust.
  • Houdt de silo’s schoon. Let er in de zomerperiode op dat de silo’s goed leegkomen, zodat er geen voerresten achterblijven. Met warm weer loopt de temperatuur in de silo flink op en kan er broei ontstaan. Zeker als we te maken hebben met koude nachten en warme dagen is de kans op condens in de silo en het vast blijven zitten van voer groot. Gebruik een propshot om de silo in de zomer beter schoon te houden.
  • Bestrijdt vliegen in de stal. Met madendood in de put voorkom je dat maden zich ontwikkelen tot vliegen. Zorg dat er geen droge korsten ontstaan op de mest in de put of dat vochtige voerresten zich in een hoekje van de stal ophopen. Dit zijn ideale broedplaatsen voor maden.

Welke opties zijn er voor koeling van de kraamstal of biggenstal?

Koeling varkensstal

Wie het heel grondig en effectief wil aanpakken kiest voor koeling of conditionering van de varkensstal. Sven Busschots heeft hier inmiddels al de nodige ervaring mee. “Conditionering is het meest ideaal, dan kan je een stal verwarmen en koelen en de koude en warme pieken van de dag goed afvlakken. Hier hangt echter een flink prijskaartje aan. Een andere optie is koeling. Door de inkomende lucht te koelen met nevel kan de staltemperatuur 6 à 7 graden dalen. Dit kan ook bij een bestaande stal toegepast worden.”

Wenst u graag meer informatie? Of advies van onze specialisten?

Lees in ons privacy statement hoe ForFarmers omgaat met uw persoonsgegevens