Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?
Nieuws, kennis en advies

Hoe nauwkeurig is uw brijvoerinstallatie?

Sectornieuws Sectornieuws7-9-2018

Krijgen uw varkens wel de hoeveelheid voer die in het rantsoen bepaald is? Veel hangt af van de instellingen van de brijvoerinstallatie, en dat zijn er nogal wat. Dus waar moet u beginnen als u een afwijking constateert?

Er zijn tal van factoren die bepalen of de gewenste hoeveelheid brij ook echt bij de dieren terecht komt. De 7 belangrijkste factoren op een rij:

Afbeelding: brijvoer menger
1

Droge-stofnorm

Sommige brijvoercomputers tellen met een droge-stofnorm van 87% droge stof en andere met 88%. De omrekening van de ingevoerde voercurve naar de juiste kilogrammen brij geeft dan een afwijkende uitkomst. Voorbeeld: voeradvies volgens voercurve 3,0 kg droogvoer bij 24% droge stof van de brij: 3,0 kg DV x 88/24 = 11 kg brij. Als DS op 87% ingesteld is, wordt dus 3,0 kg DV x 87/24 = 10,9 kg brij gevoerd.

2

Instelling voercurve

De voercurve kan bij de meeste merken brijvoerinstallaties op meerdere manieren ingesteld worden. Er zijn vier opties: droogvoer (88%), op droge stof, op energie (ME/MJ) en op kg brij. Zorg dat u weet welke optie actief is, want dit kan maar liefst ongeveer 10% verschil in de voergift verklaren.

3

Weegstaven

Uiteraard zijn correcte weegstaven van belang. Daarnaast is ook het 'vrij' hangen van de voerweger belangrijk, zodat deze niet beïnvloed wordt in de meting. Het advies is om met voorraadbeheer te werken, zodat een afwijking tijdig gesignaleerd wordt. De weegstaven moeten tweemaal per jaar geijkt worden om afwijkingen te corrigeren. 

4

Nauwkeurig uitdoseren

De meeste brijvoerinstallaties hebben een voerpomp die frequentiegestuurd is. Met een instelling van bijvoorbeeld 8 kg als ‘fijne hoeveelheid’ wordt de frequentie van de voerpomp verlaagd. Zo worden de laatste 8 kg van de voerhoeveelheid per ventiel langzamer uitgedoseerd. Daardoor neemt de weegnauwkeurigheid toe.

Verdringerpompen, en met name tweetrapspompen, geven de grootste nauwkeurigheid bij het uitdoseren. Die hebben dan ook de voorkeur boven centrifugaalpompen. Het is ook verstandig om het roerwerk van de voerweger bij het uitdoseren tijdig uit te schakelen. Daardoor schommelt de weger minder en wordt de kleine resthoeveelheid nauwkeuriger afgewogen.

5

Voorkom lucht in het circuit

Lucht is samendrukbaar en zorgt daardoor voor een minder nauwkeurige uitdosering. Lucht in het circuit kan ontstaan door lekkende stalmembranen, te lage nulpunten van de voerwegers of door gisting. Het spreekt voor zich dat lucht in het circuit voorkomen moet worden.

6

Bioritme

De instelling van het bioritme bepaalt in hoeveel porties de voerhoeveelheid per dag verstrekt wordt. Uiteraard moet het totaal van het bioritme 100% zijn, maar toch blijkt hier in de praktijk weleens een afwijking in te zitten.

7

Soortelijk gewicht (sg)

Op het moment dat de brijvoerinstallatie het laatste voer in de leiding gaat uitdoseren met behulp van de stuurvloeistoftank, gaat het soortelijk gewicht een belangrijke rol spelen. Er wordt afname van de stuurvloeistoftank waargenomen (veelal water met een sg van 1,00 kg/l) terwijl er brij wordt uitgedoseerd (vaak met een sg van 1,06 tot 1,09 kg/l). Als de soortelijk-gewicht-instelling niet actief is, krijgen de laatste ventielen op het circuit dus telkens 6 tot 9% voer te veel.

Heeft u vragen over uw brijvoerinstallatie? Neem contact op met Joost Leijten (www.brijvoercheck.nl) of uw brijvoerspecialist van ForFarmers.