Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?
Nieuws, kennis en advies

12 tips voor het opstallen van uw jongvee

Tips For Farmers Tips For Farmers28-3-2018

Het opstallen is geen kwestie van zomaar de weidepoort en de staldeur openzetten en het jongvee binnenhalen. Voor de dieren is dit toch een stressmoment, hoe rustig u het als veehouder ook aanpakt. Verplaatsen en eventueel herindelen van de diergroepen met de daarbij horende stress geeft risico op een groeidip. Daarnaast betekent opstallen sowieso een rantsoenwisseling.
Daarom geven wij u met plezier enkele aandachtspunten en tips mee voor bij het opstallen. 

Afbeelding: opstallen jongvee 2
1

Bereken tijdig de rantsoenen voor de verschillende jongveegroepen

Opstallen betekent een rantsoenwisseling waardoor de dieren een tijdelijke groeidip kunnen krijgen. Kijk daarom goed hoe u de dieren het best kan opstarten zodat ze vanaf de eerste dag voldoende droge stof opnemen. Laat u hiervoor bijstaan door één van onze vleesveespecialisten. 

2

Let bij de rantsoensamenstelling ook op de mineralenvoorziening

Voor te insemineren of drachtige pinken is het aangeraden om een mineralenmengsel te voorzien met ruim voldoende jodium, koper, selenium en vitamine E. Zo is een goede mineralenvoorziening rond de inseminatie belangrijk voor de innesteling van het embryo maar speelt mineralenvoorziening ook een rol bij de geboorte van zwakke of dode kalveren van vaarzen tijdens de wintermaanden. 

3

Controleer de watervoorziening

4

Scheer jongvee zo snel mogelijk na opstallen

Doe dit volledig of scheer de ruggen uit. Zeker als de nachten kouder worden, krijgen kalveren en pinken al snel langer haar. Op stal krijgen ze namelijk meer energie binnen en produceren ze zo meer warmte met als gevolg dat ze ook meer zweten. 

5

Neem bloedmonsters vóór wormonderzoek

Een bloedmonster geeft u namelijk een beter beeld van de ernst van een eventuele besmetting dan de aanwezigheid van wormeneitjes in een mestmonster. Bepaal op basis van de uitslag van het bloedonderzoek samen met uw dierenarts of en welke behandeling nodig is. 

6

Laat jongvee dat hoest via mestonderzoek controleren op jongwormen

7

Laat bloedmonsters op leverbot van jongvee nemen

Laat in risicogebieden bloedmonsters op leverbot nemen van het jongvee dat in vochtige weides gelopen heeft. Een mestmonster is ook mogelijk maar kan pas drie maand na de besmettingsperiode genomen worden. 

8

Stel uw eigen werkgemak voorop

Het vormen van nieuwe groepen jongvee op stal speelt ook een rol in het werkproces. Logische looproutes en een goede werkplanning zijn nodig om uw tijd zo efficiënt mogelijk in te delen. 

9

Controleer de klauwen

Energie- en structuurtekort in de wei leiden op veel bedrijven - vaak ongemerkt - tot klauwproblemen. 

10

Voorkom overdracht van Mortellaro

Zorg er daarom voor dat uw jongvee niet in aanraking komt met de mest van uw zoogkoeien. 

11

Let op overbezetting

Is er voldoende voerheklengte? Is er voldoende ligruimte om naar het voerhek te komen zonder de liggende dieren te storen? 

12

Check lucht in- en uitlaat

Laat desnoods een rookproef uitvoeren.