Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?

Duurmelkaanpak familie Wouters met ForFarmers

Wouters: “We sturen via voeding en fokkerij”

Afbeelding: Fam.Wouters_ISF_1901

André en Karin Wouters uit Hulten zijn ambassadeur van de ForFarmers duurmelkaanpak. Zij hebben goede ervaringen met de tips en adviezen die de geitenspecialisten van ForFarmers ze geven. Karin: “Het is fijn dat ForFarmers meerdere specialisten in huis heeft. Technisch geitenspecialist Jan de Kort is ons eerste aanspreekpunt, hij geeft advies over voeding en bedrijfsmanagement, maar als we gerichte vragen hebben over bijvoorbeeld de opfok, dan schakelt Jan opfokspecialist Julia Geurts in. En ons ruwvoerplan stemmen we af met teeltspecialist Ron Vennix. We krijgen bij specifieke onderwerpen dus advies van de specialist die zich op dit onderwerp heeft gespecialiseerd. Dit is positief voor ons bedrijfsresultaat!”

Hoe ziet jullie duurmelkstrategie eruit?

André: “Driekwart van de melkgeiten, dat komt neer op zo’n 750, zijn duurmelkers. Nadat de éénjarige geiten voor het eerst hebben gelammerd, komen ze in de groep duurmelkers en melken we ze twee jaar door. Daarna gaan deze geiten weer bij de bok en na het lammeren, blijven ze de rest van hun tijd bij ons duurmelkgeit. De gemiddelde leeftijd van onze geitenstapel is 4,5 jaar. Deze leeftijd willen we graag verhogen, maar we zijn momenteel sterk aan het selecteren, omdat we de gemiddelde melkproductie per geit omhoog willen hebben. De melkproductie lag langere tijd rond de 1.150 kg melk per geit, maar stijgt nu richting de 1.300 kg meetmelk.”

Afbeelding: Wouters duurmelken nieuwsitem 720x290

Hoe pakken jullie deze melkproductieverhoging aan?

André: “We sturen hierop via voeding en fokkerij. Qua fokkerij kiezen we voor bokken die een positieve vererving hebben voor vet- en eiwit. Hier sturen we meer op, dan op melkproductie. En de melkproductie houden we op peil door goed ruwvoer te verstrekken, ruwvoer met voldoende eiwit. Ons ruwvoerplan bespreken we met teeltspecialist Ron Vennix. Samen bekijken we wat er afgelopen jaar goed ging, wat er beter kan en Ron adviseert ons over de juiste bemesting en het juiste maaimoment. Iedere vijf jaar vernieuwen we een graslandperceel. We verbouwen dan een jaar vezelhennep, een mooie structuurbron, op dat perceel en daarna komt er weer gras. In samenspraak met Ron beslissen we welk grasmengsel er wordt gezaaid. De laatste jaren is dat TopGrass Smakelijk geweest.”

Een ruwvoerplan geeft het juiste plan van aanpak

ForFarmers' teeltspecialist Ron Vennix heeft Wouters het volgende geadviseerd:

  • Rijd in het voorjaar zo vroeg mogelijk dierlijke mest uit, mits de draagkracht van het perceel het toelaat.
  • Als op een perceel geen dierlijke mest kan worden uitgereden (bijv. te nat of nieuw ingezaaid), start dan vroeg met een kunstmestbemesting om het gras aan de gang te krijgen, bijvoorbeeld circa 100 kg GrasGroen Stabiel. GrasGroen Stabiel is een stikstof-zwavelmeststof met een nitrificatieremmer, waardoor verliezen tot een minimum beperkt blijven.
  • Rond 20 maart kunnen alle percelen bijbemest worden met GrasGroen Stabiel.
  • Het is belangrijk om nog voor de eerste snede, en ook voor de tweede snede zwavel bij te bemesten. Zwavel is een belangrijk element dat zorgt voor de opbouw van eiwit (aminozuren) in gras.
  • Streef ernaar om de eerste snede rond 1 mei te maaien, met 3,5 à 4 ton drogestofopbrengst en circa 18% RE en een drogestofpercentage van circa 40-45%. Volgens dit resultaat is de bemesting afgestemd, zo proberen we een optimale graskuil te krijgen, met goed ‘benutbaar eiwit’.
  • Als in het voorjaar de weersomstandigheden wat moeilijker zijn, zoals afgelopen jaar, dan adviseren we om toch voor half mei een keer te maaien. Liever ‘op tijd’ en wat natter, dan ‘te laat’ en droog gras. Uit ervaringen van afgelopen jaar blijken de wat ‘nattere kuilen’ wel heel goed gevreten te worden. Uiteindelijk is een maximale voeropname het allerbelangrijkste. Geitenhouders die afgelopen jaar de eerste snede tijdig hebben gemaaid, bleken ook prima vervolgsnedes te hebben. Veehouders die zijn blijven wachten en pas laat (rond 1 juni) hebben gemaaid, hadden kwalitatief beduidend mindere vervolgsnedes.
  • Ook het ruw-as getal (wat staat voor vervuiling door gronddeeltjes) willen we zo laag mogelijk hebben (<100 gr). Een hoog ruw-as geeft meer kans op schimmels in de kuil, een lagere voederwaarde (10 gram ruw-as geeft 20 VEM minder) en een grotere kans op listeria bij de geiten. Voorkom vervuiling door het hele jaar door mollen te vangen en op het moment van maaien de machines goed af te stellen (niet te diep) en niet te kort maaien (minimaal 7 cm).
  • Maak gebruik van een inkuilmiddel. Het extra melkzuur wat de bacteriën hierdoor produceren zorgt voor een snelle pH-daling waardoor het inkuilproces wordt versneld. Dit geeft minder inkuilverliezen. Tevens wordt hierdoor azijnzuur gevormd, waardoor broei beperkt wordt. De kuilen van Wouters hadden afgelopen jaar, dankzij het inkuilmiddel, een hoge conserveringsindex en een lage broeigevoeligheid. Dit heeft een positief effect op de voeropname, de geiten vinden de kuil smakelijk en laten een hoge voeropname zien.

Hoe ziet het rantsoen van de duurmelkers eruit?

André: “We geven ze graskuil, perspulp, vezelhennep, bierbostel en krachtvoer – Capri Supplementbrok Proteïne als eiwitcorrectie, Capri Supplementbrok Bravo als lokbrok in de melkstal en afhankelijk van de melkproductie nog Capri Prima Vitaal en Capri Lipo+. Het is belangrijk dat de duurmelkgeiten niet te vet worden, daarom zijn we sinds deze zomer gestopt met het bijvoeren van mais. We merken dat de geiten goed blijven produceren, ze laten jaarrond een constante melkproductie zien.”

Afbeelding: Wouters duurmelken nieuwsitem_2 720x290

Wat doen jullie nog meer om de melkproductie op peil te houden?

Karin: “Duurmelkgeiten zijn net baby’s, rust, reinheid en regelmaat is heel belangrijk. Dit betekent dus op gezette tijden melken en voeren. Direct na de ochtendmelking worden de geiten gevoerd. In de geitenstal brandt van 6.00 uur ’s ochtends tot 23.00 uur ’s avonds licht, minimaal 200 lux. Daardoor blijven de geiten actief. Afgelopen zomer hebben we circulatieventilatoren in de stal gehangen, zodat de temperatuur niet te ver omhoog schiet. In de winter houden we de stal warmer, door te sturen met de zijgordijnen (lumitherm).”

De basis leg je in de opfok

De basis van een goede duurmelkgeit wordt al in de opfok gelegd. Wat is jullie opfokstrategie?
Karin: “De pasgeboren lammeren krijgen standaard geitenbiest en worden gehouden in een opfokstal die mechanisch geventileerd is. We willen lammeren van de melkgeiten die het duurmelken goed aankunnen. Alleen de geiten die zowel het eerste als het tweede jaar goed geproduceerd hebben, worden gedekt voor nakomelingen.”

Bedrijfsdata

André en Karin Wouters zijn in 1987, als één van de eerste ondernemers in Nederland, geiten gaan houden. Ze begonnen toen met 50 dieren, zijn in de loop der jaren gegroeid naar 250, naar 400 en sinds 2006 zijn ze op een nieuwbouwlocatie, gestart met 1.000 nieuwe geiten. Het bedrijf is sindsdien dubbel ziektevrij.

De geiten worden gemolken in een 64-stands carrousel van Fullwood. De gemiddelde jaarproductie ligt momenteel op 1.296 kg meetmelk per geit met 4,14% vet en 3,49% eiwit.

Capri Productiescan op uw bedrijf?

Wilt u inzicht in het verdienpotentieel van uw gehele bedrijfsmanagement: van opfok – dekstrategie tot duurmelkaanpak? Vraag dan bij uw geitenspecialist of dealer om een Capri Productiescan. Laat hieronder via de oranje button uw gegevens achter, dan nemen wij contact met u op.

 

Vrijblijvend Capri Productiescan aanvragen