Zoeken
For the Future of Farming
Naar Junior RoséNaar Vital

Aandachtspunten bij het opstallen van jongvee

Het opstallen is geen kwestie van zomaar de weidepoort en de staldeur openzetten en het jongvee binnenhalen. Voor de dieren is dit toch een stressmoment, hoe rustig u het als veehouder ook aanpakt. Verplaatsen en eventueel herindelen van de diergroepen met de daarbij horende stress geeft risico op een groeidip. Daarnaast betekent opstallen sowieso een rantsoenwisseling. Daarom hebben wij enkele aandachtspunten en tips bij het opstallen opgesteld.

  • Bereken tijdig met de vleesveespecialist de rantsoenen voor de verschillende jongveegroepen. Ook opstallen is een rantsoenwisseling waarvan de dieren een tijdelijke groeidip kunnen krijgen. Kijk daarom goed hoe u de dieren best kan opstarten, zodat ze vanaf de eerste dag voldoende droge stof opnemen.
  • Let bij de rantsoensamenstelling ook op de mineralenvoorziening. Kies voor de te insemineren en drachtige pinken voor een mineralenmengsel met ruim voldoende jodium, koper, selenium en vitamine E. Een goede mineralenvoorziening rond de inseminatie is belangrijk voor de innesteling van het embryo. Ook speelt de mineralenvoorziening een rol bij de geboorte van zwakke of dode kalveren van vaarzen in de wintermaanden. Mineralen specifiek voor jongvee en vleesvee.
  • Controleer de watervoorziening. Eerst water de rest komt later!
  • Scheer jongvee zo snel mogelijk na opstallen geheel of scheer de ruggen uit. Zeker als de nachten kouder worden, krijgen kalveren en pinken al snel langer haar. Op stal krijgen ze meer energie binnen en produceren zo meer warmte met als gevolg dat ze ook meer zweten.
  • Neem voor wormonderzoek bloedmonsters en bepaal op basis van de uitslag samen met de dierenarts of en welke behandeling nodig is. Een bloedmonster geeft een beter beeld van de ernst van een eventuele besmetting dan de aanwezigheid van wormeneitjes in een mestmonster.
  • Laat jongvee dat hoest via mestonderzoek controleren op longwormen.
  • Laat in risicogebieden bloedmonsters op leverbot nemen van het jongvee dat in vochtige weides heeft gelopen. Een mestmonster is ook mogelijk maar kan pas drie maand na de besmettingsperiode genomen worden.
  • Stel eigen werkgemak voorop. Het vormen van nieuwe groepen jongvee op stal speelt ook een rol in het werkproces. Logische looproutes en een goede werkplanning zijn nodig om de tijd effectief in te delen.
  • Controleer de klauwen. Energie- en structuurtekort in de wei leiden op veel bedrijven tot klauwproblemen – vaak ongemerkt.
  • Zorg dat jongvee niet in aanraking kan komen met mest van zoogkoeien, om overdracht van Mortellaro te voorkomen.
  • Let op overbezetting. Is er voldoende voerheklengte en is er voldoende ligruimte om zonder de liggende dieren te storen naar het voerhek te komen.
  • Check lucht in- en uitlaat. Laat desgevallend een rookproef doen.